
Wil je schadevergoeding eisen na een ongeval, dan stel je de veroorzaker schriftelijk aansprakelijk en dien je een onderbouwde eis in bij hem of zijn verzekeraar. De wettelijke basis is meestal de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW): wie door zijn schuld jouw letsel veroorzaakt, moet de schade vergoeden die daaruit voortvloeit. Een eis is pas kansrijk als hij twee dingen bewijst: dat een ander aansprakelijk is, én hoe groot jouw schade precies is. In deze uitleg lees je hoe je een eis opbouwt, onderbouwt en indient — en welke rol de aansprakelijke verzekeraar daarbij speelt.
La réponse courte
- Wat: een schadevergoeding eisen is het formeel indienen van een onderbouwde schadeclaim bij de aansprakelijke partij of diens verzekeraar, op grond van artikel 6:162 BW (of een andere grondslag).
- Wanneer: zodra een ander aansprakelijk is voor jouw letsel en je je schade redelijk kunt onderbouwen. Wacht niet te lang — bewijs vervaagt en er geldt een verjaringstermijn.
- Hoe: stel aansprakelijk, verzamel bewijs, stel een schadestaat op met al je schadeposten en dien die met onderbouwing in. Onderhandel daarna over de hoogte.
- Kosten: in een verhaalbare zaak draagt de aansprakelijke partij ook de redelijke kosten van rechtsbijstand (artikel 6:96 lid 2 BW). Een letselschadejurist kost je dan niets.
Wat betekent “schadevergoeding eisen” precies?
Schadevergoeding eisen is iets anders dan losjes “een claim indienen”. Een eis is een concrete, becijferde en onderbouwde vordering die je richt aan de partij die jouw schade heeft veroorzaakt. Je geeft daarin aan op welke grondslag je aanspraak maakt (vaak onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW), welke schade je hebt geleden en welk bedrag je daarvoor vraagt.
Het verschil met enkel aansprakelijk stellen is belangrijk. Aansprakelijk stellen legt de verantwoordelijkheid vast; schadevergoeding eisen voegt daar het bedrag en de onderbouwing aan toe. In de praktijk lopen die twee stappen in één traject in elkaar over. Wil je eerst weten of je überhaupt recht hebt op vergoeding, lees dan onze uitleg over schadevergoeding bij letselschade en over de bredere route op de hub schadevergoeding.
Wanneer kun je een eis indienen?
Je kunt schadevergoeding eisen zodra aan drie voorwaarden is voldaan:
- Er is letsel of schade ontstaan.
- Een ander is daarvoor aansprakelijk — door schuld (6:162 BW), door een wettelijke risicoaansprakelijkheid, of via een specifieke grondslag zoals de zorgplicht van de werkgever (artikel 7:658 BW) of het verkeer (artikel 185 WVW).
- Er is een oorzakelijk verband tussen die fout en jouw schade.
Dit speelt onder meer bij een verkeersongeval, een bedrijfsongeval, een medische fout of een ongeval met een dier. Twijfel je of jouw situatie kans maakt, dan beoordeelt een letselschade-expert dat kosteloos voor je.
Stap voor stap: zo eis je schadevergoeding
- Verzamel bewijs. Leg vast wat er is gebeurd: foto’s, getuigen, een ongevalsformulier, het medisch dossier en alle bonnen.
- Stel aansprakelijk. Stuur de veroorzaker of zijn verzekeraar een aansprakelijkstelling waarin je de grondslag noemt (bijvoorbeeld artikel 6:162 BW).
- Breng je schade in kaart. Maak een schadestaat met al je posten — daarover hieronder meer.
- Dien de eis in. Vorder een concreet bedrag, onderbouwd met bewijsstukken, en stel een redelijke reactietermijn.
- Onderhandel. De verzekeraar reageert vaak met een tegenbod. Hier wordt de hoogte van je vergoeding bepaald.
- Vraag een voorschot. Bij langlopende zaken kun je tussentijds een voorschot aanvragen, zodat je niet maandenlang op geld wacht.
Een eis onderbouwen: de schadestaat
De kracht van je eis zit in de onderbouwing. Een verzekeraar betaalt niet op basis van een rond bedrag, maar op basis van bewijs. In een schadestaat zet je daarom elke post apart, met bedrag en bewijsstuk. Denk aan:
- medische kosten — eigen risico, behandelingen, hulpmiddelen, reiskosten naar het ziekenhuis;
- gemiste inkomsten en, op langere termijn, verlies aan verdienvermogen;
- huishoudelijke hulp en mantelzorg die je nodig hebt door je letsel;
- materiële schade, zoals beschadigde kleding, een fiets of telefoon;
- smartengeld voor het leed, de pijn en het verlies aan levensvreugde (artikel 6:106 BW).
Het smartengeld is een aparte categorie: dat is immateriële schade, die je niet met bonnen onderbouwt maar inschat aan de hand van vergelijkbare gevallen. Lees daarover meer in onze uitleg over immateriële schade en op de hub smartengeld. Voor wat je precies wel en niet kunt opnemen, is het Letsel Schade Plan en het normenkader van de Letselschade Raad een goed houvast.
De rol van de aansprakelijke verzekeraar
In bijna alle letselschadezaken voer je de discussie niet met de veroorzaker zelf, maar met diens aansprakelijkheidsverzekeraar. Die verzekeraar heeft een eigen belang: de schade zo beperkt mogelijk houden. Verwacht daarom dat een eerste eis kritisch wordt bekeken — op de aansprakelijkheid, op het oorzakelijk verband en op de hoogte van elke post.
Dat maakt de manier waarop je eist belangrijk. Een eis die juridisch netjes is onderbouwd en met bewijs is gestaafd, dwingt een serieuze reactie af. Een eis “op gevoel” wordt makkelijk afgewezen of laag ingeschat. Hier weegt het verschil tussen zelf doen en een specialist inschakelen het zwaarst: een ervaren letselschadejurist kent de schadeposten die slachtoffers zelf vaak vergeten en weet wat een verzekeraar redelijkerwijs moet vergoeden.
Hoeveel kun je eisen?
Je eist niet een vast bedrag, maar je volledige werkelijke schade. Het uitgangspunt van het Nederlandse recht is dat je zoveel mogelijk in de positie wordt gebracht waarin je zou verkeren zonder het ongeval. Dat betekent: alle schade die in redelijk verband staat met het letsel komt in aanmerking, materieel én immaterieel.
De hoogte hangt dus volledig af van jouw situatie: de ernst van het letsel, de duur van het herstel, je inkomenspositie en de blijvende gevolgen. Iemand met tijdelijk lichte klachten eist een ander bedrag dan iemand met blijvend letsel en verlies aan verdienvermogen. Reken jezelf daarom nooit arm met een snel rond getal — laat je schade berekenen voordat je een eis vastpint.
Veelgemaakte fouten bij het eisen van schadevergoeding
- Te snel akkoord gaan. Een eerste bod van de verzekeraar is bijna nooit het maximale. Teken geen vaststellingsovereenkomst voordat je je toekomstige schade kent.
- Schadeposten vergeten. Huishoudelijke hulp, reiskosten en toekomstige schade worden het vaakst over het hoofd gezien.
- Te laat eisen. Voor letselschade geldt in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar; in het verkeer (WAM) zelfs drie jaar. Wacht niet.
- Geen bewijs bewaren. Zonder bonnen, medische stukken en getuigen staat een eis zwak.
Recommandation sincère
Niet voor elke schade hoef je een jurist in te schakelen. Heb je alleen blikschade of een kleine materiële post zonder letsel, dan regel je dat prima rechtstreeks met de verzekeraar — dan is een letselschadebedrijf overbodig. Maar zodra er letsel is, blijvende gevolgen spelen of de verzekeraar de aansprakelijkheid betwist, wordt het anders. Dan bepaalt de kwaliteit van je onderbouwing wat je krijgt, en is professionele hulp bijna altijd verstandig — zeker omdat een letselschade advocaat of letselschadejurist je in een verhaalbare zaak niets kost (artikel 6:96 lid 2 BW).
Wil je weten wat jouw eis waard is? Plan een gratis adviesgesprek of vraag direct een gratis intake aan. Wij beoordelen je zaak kosteloos en helpen je je maximale schadevergoeding te eisen.
Foire aux questions
Je stelt de veroorzaker of diens verzekeraar schriftelijk aansprakelijk op grond van bijvoorbeeld artikel 6:162 BW, brengt al je schade in kaart in een schadestaat en dient die met bewijs als concrete eis in. Daarna onderhandel je over de hoogte.
Meestal niet bij de veroorzaker zelf, maar bij diens aansprakelijkheidsverzekeraar. Die behandelt de claim en betaalt uit. De verzekeraar zal je eis kritisch beoordelen, dus een goede onderbouwing is belangrijk.
Je eist je volledige werkelijke schade: medische kosten, gemiste inkomsten, huishoudelijke hulp, materiële schade en smartengeld (artikel 6:106 BW). De hoogte hangt af van de ernst van je letsel en de blijvende gevolgen.
In een verhaalbare zaak draagt de aansprakelijke partij ook de redelijke kosten van rechtsbijstand (artikel 6:96 lid 2 BW). Een gespecialiseerde letselschadejurist kost je dan niets; wij werken 100% betaald door de verzekeraar.
Voor letselschade geldt in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar; bij een verkeersongeval onder de WAM zelfs drie jaar. Wacht niet te lang: bewijs vervaagt en de afhandeling kost tijd.
Nee. Een eerste bod is zelden het maximale en houdt vaak geen rekening met toekomstige schade. Laat het beoordelen voordat je een vaststellingsovereenkomst tekent — daarna kun je niet meer terug.
Blessure causée par quelqu'un d'autre ?
Demandez une consultation gratuite. Nous évaluons votre dossier gratuitement et nous nous chargeons de réclamer l'indemnisation maximale à laquelle vous avez droit.
Demandez une évaluation gratuite