
De hoogte van smartengeld berekenen doe je niet met één formule: de rechter en de verzekeraar kijken naar alle omstandigheden van jouw geval samen. Smartengeld is de vergoeding voor je immateriële schade — het leed, de pijn en het verlies aan levensvreugde — en is geregeld in artikel 6:106 BW. De belangrijkste factoren die het bedrag bepalen zijn de aard en ernst van het letsel, de duur en mate van herstel, blijvende beperkingen, je leeftijd en zichtbaar letsel zoals littekens. In dit artikel gaan we per factor de diepte in, met voorbeelden per letseltype, zodat je begrijpt waaróm twee slachtoffers met “hetzelfde” letsel toch een heel ander bedrag krijgen.
The short answer
- Wat bepaalt het: aard en ernst van het letsel, herstelduur, blijvende beperkingen, leeftijd, en zichtbaar letsel zoals littekens — altijd in onderling verband gewogen.
- Wanneer relevant: bij elk letsel door toedoen van een ander; smartengeld komt bovenop je materiële schade (art. 6:106 BW).
- Hoe wordt het bepaald: de rechter schat het bedrag “naar billijkheid”, met de ANWB Smartengeldgids en vergelijkbare uitspraken als richtsnoer — geen vaste tarieven.
- Kosten: een letselschade-expert die je smartengeld onderbouwt kost je in een verhaalbare zaak niets; de kosten van rechtsbijstand draagt de aansprakelijke partij (art. 6:96 lid 2 BW).
Wil je eerst het complete plaatje van het rekenproces? Lees dan onze uitleg over smartengeld. Dit artikel duikt juist dieper in de afzonderlijke factoren; voor het stap-voor-stap rekenen verwijzen we naar immateriële schade.
Hoe komt de hoogte van smartengeld tot stand?
Artikel 6:106 BW bepaalt dat je recht hebt op “een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding” voor ander nadeel dan vermogensschade. Dat woord billijkheid is bepalend: er is geen tabel waarin je je letsel opzoekt en het bedrag afleest. De rechter weegt alle omstandigheden en kijkt daarbij naar wat in vergelijkbare zaken is toegekend. In de praktijk gebruiken letselschade-experts en verzekeraars de ANWB Smartengeldgids, een naslagwerk met honderden geanonimiseerde uitspraken, gerangschikt naar letseltype en ernst.
Belangrijk om te begrijpen: die gids geeft bandbreedtes, geen vaste bedragen. Waar jouw zaak binnen zo’n bandbreedte valt, hangt af van de factoren die we hieronder bespreken. Daarom kunnen twee mensen met ogenschijnlijk dezelfde botbreuk een sterk verschillend bedrag krijgen — de één herstelt volledig, de ander houdt chronische pijn. Op de website van de rechtspraak vind je gepubliceerde uitspraken die laten zien hoe rechters dit afwegen.
Factor 1: aard en ernst van het letsel
Dit is de zwaarstwegende factor. Hoe ingrijpender het letsel, hoe hoger het smartengeld. Een rechter kijkt naar de medische ernst, de pijn die je hebt ondergaan, het aantal operaties en behandelingen, en de impact op je dagelijks leven. Enkele voorbeelden per letseltype:
- Whiplash: de klachten zijn vaak niet objectiveerbaar, waardoor het smartengeld doorgaans in de lagere bandbreedtes valt — tenzij sprake is van langdurige, aantoonbare beperkingen.
- Botbreuken: een eenvoudige breuk die goed geneest valt lager uit dan een gecompliceerde breuk met platen, schroeven en een lang revalidatietraject.
- Hersenletsel (NAH): behoort tot de hoogste categorieën, omdat de cognitieve en gedragsmatige gevolgen het hele leven raken.
- Brandwonden: de combinatie van extreme pijn, lange behandeling en blijvende littekens leidt tot hoge bedragen.
- Psychisch letsel zoals PTSS: erkend onder 6:106 BW, mits medisch vastgesteld; de ernst en de duur van de klachten bepalen de hoogte.
Meer over de verschillende letselsoorten en hun gevolgen lees je in onze kennisbank.
Factor 2: duur en mate van herstel
Niet alleen wát je is overkomen telt, maar ook hoe lang het duurt en of je volledig herstelt. Een letsel waarvan je na drie maanden weer helemaal de oude bent, weegt anders dan eenzelfde letsel waar je twee jaar mee worstelt. De rechter kijkt naar:
- de herstelduur — hoe lang je pijn, behandelingen en beperkingen hebt ondergaan;
- de mate van herstel — volledig, gedeeltelijk, of een blijvende restklacht;
- de zwaarte van het behandeltraject, zoals operaties, revalidatie of langdurige fysiotherapie.
Voorbeeld: twee fietsers lopen bij een aanrijding een gebroken pols op. De één is na zes weken hersteld, de ander houdt na een mislukte genezing blijvend krachtsverlies en pijn. Dezelfde diagnose, een heel ander smartengeld. Bij twijfel over de eindtoestand wordt vaak een medische expertise gevraagd; lees daarover meer bij onze werkwijze.
Factor 3: blijvende beperkingen en invaliditeit
Een van de meest verhogende factoren is blijvend letsel. Hierbij wordt vaak gewerkt met een percentage blijvende invaliditeit (BI), vastgesteld door een medisch specialist volgens erkende richtlijnen. Hoe hoger dat percentage en hoe meer het je dagelijks leven beperkt, hoe hoger het smartengeld.
De rechter weegt niet alleen het kale percentage, maar vooral wat je er concreet door verliest:
- kun je je hobby’s, sport en sociale leven nog uitoefenen?
- ben je beperkt in je zelfredzaamheid, bijvoorbeeld bij aankleden of het huishouden?
- raakt het je werk en daarmee je gevoel van eigenwaarde?
Bij hersenletsel of een hoge dwarslaesie kan de invaliditeit het hele bestaan veranderen, met smartengeld in de hoogste categorieën. Het verlies aan inkomen door beperkingen valt onder je materiële schade — zie schadevergoeding — maar het persoonlijke leed dat met die beperkingen samenhangt, vergoedt het smartengeld.
Factor 4: leeftijd van het slachtoffer
Leeftijd speelt mee, omdat blijvend letsel een jong slachtoffer langer treft. Een twintiger die door een ongeval levenslang beperkt raakt, draagt die gevolgen veel langer dan iemand die op latere leeftijd hetzelfde overkomt. Daarom valt het smartengeld bij blijvend letsel voor jongeren vaak hoger uit.
Dat betekent niet dat leeftijd op zichzelf doorslaggevend is — het werkt in samenhang met de andere factoren. Bij een ouder slachtoffer kan juist de aantasting van de resterende, kwetsbare levensjaren zwaar wegen. Bij kinderen geldt bovendien dat de claim met extra zorgvuldigheid wordt geregeld; meer daarover lees je bij letsel bij een kind.
Factor 5: zichtbaar letsel en littekens
Littekens en ander blijvend zichtbaar letsel vormen een aparte, vaak onderschatte factor. De rechter weegt hier mee:
- de zichtbaarheid — een litteken in het gezicht weegt zwaarder dan een litteken dat onder kleding verborgen blijft;
- de omvang en aard van het litteken of de misvorming;
- de psychische impact, zoals schaamte, onzekerheid of het vermijden van sociale situaties.
Bij brandwonden komen deze elementen samen: pijn, een zwaar behandeltraject én blijvende, vaak zichtbare littekens. Dat verklaart waarom brandwondenzaken tot de hogere smartengeldbedragen behoren. Ook na een hondenbeet — waarbij de bezitter risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:179 BW — spelen littekens in het gezicht, zeker bij kinderen, een grote rol. Zie hierover ook ongeval met een dier.
Factor 6: de omstandigheden van het ongeval
Tot slot wegen ook de omstandigheden mee. De aard van de aansprakelijkheid kan het bedrag beïnvloeden: opzet of grove schuld aan de kant van de veroorzaker, of een bijzonder schokkende toedracht, kan het smartengeld verhogen. Denk aan letsel door een geweldsmisdrijf of een ernstig verwijtbaar bedrijfsongeval waarbij de werkgever zijn zorgplicht (artikel 7:658 BW) flagrant heeft geschonden.
Omgekeerd kan eigen schuld het bedrag drukken: als je zelf voor een deel hebt bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval, wordt de vergoeding naar evenredigheid verminderd. Een goede letselschadejurist onderbouwt al deze omstandigheden, zodat je niets laat liggen. De normen hiervoor vind je terug in het Burgerlijk Wetboek via wetten.overheid.nl, en de Letselschade Raad bewaakt met de Gedragscode Behandeling Letselschade hoe verzekeraars hiermee moeten omgaan.
Waarom een specialist het verschil maakt
Omdat smartengeld op zoveel factoren rust, is de onderbouwing bepalend voor het bedrag. Een verzekeraar zal het letsel snel in een lage bandbreedte willen plaatsen. Een gespecialiseerde letselschade-expert verzamelt het medisch bewijs, beschrijft de concrete gevolgen voor jouw leven en vergelijkt je situatie met passende uitspraken uit de Smartengeldgids. Zo wordt je zaak in de juiste categorie geplaatst — en dat scheelt vaak duizenden euro’s.
Een ervaren letselschadejurist of een letselschadebedrijf met het Nationaal Keurmerk Letselschade weet welke factoren in jouw letseltype het zwaarst wegen en hoe je die het sterkst presenteert. Komt het tot een procedure, dan schakelen we een letselschade advocaat in.
Honest recommendation
Heb je licht letsel waarvan je snel en volledig herstelt, zonder blijvende klachten of littekens? Dan valt het smartengeld doorgaans laag uit en kun je dit soms zelf met de verzekeraar afhandelen. Is er sprake van blijvende beperkingen, een lang herstel, zichtbaar letsel of psychische gevolgen, dan loont professionele hulp vrijwel altijd — juist omdat de onderbouwing van die factoren het bedrag maakt of breekt. En in een verhaalbare zaak kost die hulp je niets.
Wil je weten waar jouw zaak staat? Plan een gratis adviesgesprek of vraag direct een gratis intake aan. We beoordelen je situatie kosteloos en claimen het smartengeld waar je recht op hebt.
Frequently Asked Questions
Er is geen vaste formule. De hoogte wordt naar billijkheid vastgesteld (artikel 6:106 BW), op basis van de aard en ernst van het letsel, de herstelduur, blijvende beperkingen, je leeftijd en zichtbaar letsel. De ANWB Smartengeldgids en vergelijkbare uitspraken dienen als richtsnoer.
De aard en ernst van het letsel weegt doorgaans het zwaarst, vooral wanneer er blijvende beperkingen of invaliditeit overblijven. De andere factoren — herstel, leeftijd, littekens en omstandigheden — bepalen waar je binnen de bandbreedte valt.
Bij blijvend letsel vaak wel, omdat een jong slachtoffer de gevolgen veel langer draagt. Leeftijd is echter niet op zichzelf doorslaggevend; het werkt samen met de ernst van het letsel en de blijvende beperkingen.
Ja. Zichtbaar blijvend letsel zoals littekens is een aparte factor. Hoe zichtbaarder het litteken — bijvoorbeeld in het gezicht — en hoe groter de psychische impact, hoe hoger de vergoeding kan uitvallen.
Zeker. Hersenletsel en brandwonden vallen doorgaans in de hoogste categorieën, terwijl whiplash zonder objectiveerbare beperkingen vaak lager uitvalt. Binnen elk type bepaalt de individuele situatie het uiteindelijke bedrag.
Ja. Als je zelf voor een deel hebt bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval, wordt de vergoeding naar evenredigheid verminderd. Een letselschade-expert beoordeelt hoe groot dat aandeel werkelijk is.
In een verhaalbare zaak niets. De redelijke kosten van rechtsbijstand komen voor rekening van de aansprakelijke partij (artikel 6:96 lid 2 BW), zodat je onze hulp kosteloos inschakelt.
Injury caused by someone else?
Request a free intake. We assess your case free of charge and claim your maximum compensation.
Request a free intake