Bij aangezichtsletsel na een bedrijfsongeval is je werkgever in de regel aansprakelijk voor je schade: op grond van de zorgplicht in artikel 7:658 BW moet hij zorgen voor een veilige werkplek, en wordt jouw gezicht toch geraakt door bijvoorbeeld een vallend voorwerp, een machine of rondvliegende deeltjes, dan draait de werkgever voor de gevolgen op — tenzij hij bewijst dat hij die zorgplicht volledig is nagekomen. Omdat de wet die bewijslast grotendeels bij de werkgever legt, sta je bij letsel aan je gezicht juridisch sterk. Je hebt dan recht op vergoeding van je volledige letselschade: van medische en tandartskosten en gemist inkomen tot smartengeld voor blijvende littekens of functieverlies.
Het korte antwoord
- Wat: je werkgever is aansprakelijk voor aangezichtsletsel door een bedrijfsongeval, tenzij hij bewijst dat hij zijn zorgplicht (artikel 7:658 BW) is nagekomen — bijvoorbeeld door gezichtsbescherming te verplichten en machines af te schermen.
- Wanneer: bij vrijwel elk ongeval op of rond de werkvloer waarbij je gezicht wordt geraakt — een vallend voorwerp, een draaiende of slijpende machine, wegspattend materiaal of een val.
- Hoeveel: je hele schade, inclusief blijvend letsel. Smartengeld voor zichtbare littekens in het gezicht valt doorgaans hoger uit dan bij bedekt letsel (artikel 6:106 BW).
- Kosten: in een verhaalbare zaak betaalt de aansprakelijke partij ook je redelijke kosten voor rechtsbijstand (artikel 6:96 lid 2 BW). Onze hulp kost je dan niets.
Wanneer is je werkgever aansprakelijk voor aangezichtsletsel?
De kern staat in artikel 7:658 BW. Dat artikel verplicht je werkgever om de werkplek, de machines en de werkwijze zó in te richten en zulke maatregelen te treffen dat je tijdens je werk geen schade lijdt. Loop je toch aangezichtsletsel op, dan is je werkgever aansprakelijk voor de gevolgen, tenzij hij kan aantonen dat hij die zorgplicht is nagekomen — of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van jouw opzet of bewuste roekeloosheid.
Dat laatste is in de praktijk een hoge drempel. Een moment van onoplettendheid, routine of vermoeidheid telt niet als bewuste roekeloosheid; de wet houdt er juist rekening mee dat werknemers door de dagelijkse sleur niet altijd even voorzichtig zijn. Daardoor draait een zaak over letsel aan het gezicht bijna altijd om één vraag: heeft de werkgever genoeg gedaan om dit te voorkomen? De volledige tekst van artikel 7:658 BW lees je op wetten.overheid.nl.
Vallend voorwerp, machine of geen gezichtsbescherming
Aangezichtsletsel op het werk ontstaat vaak in een fractie van een seconde, terwijl het met eenvoudige maatregelen te voorkomen was. De zorgplicht van artikel 7:658 BW spitst zich bij letsel aan het gezicht meestal toe op drie situaties:
- Een vallend voorwerp. Gereedschap, materiaal of een last die van hoogte valt en je hoofd of gezicht raakt. De werkgever moet dan hebben gezorgd voor afzetting, veilige opslag, hijsprotocollen en het dragen van een helm waar dat nodig is.
- Een machine of gereedschap. Wegspringende splinters, metaaldeeltjes of vonken van een slijptol, zaag, boor of pers. Machines horen te zijn afgeschermd en beveiligd, en de werkgever moet toezien op veilig gebruik.
- Ontbrekende gezichtsbescherming. Bij slijpen, lassen, hakken of werken met chemische stoffen of onder druk staande systemen is een veiligheidsbril, gelaatsscherm of laskap vaak verplicht. Stelt de werkgever die niet ter beschikking, of ziet hij niet toe op het gebruik, dan schiet hij tekort in zijn zorgplicht.
Het enkel uitdelen van een veiligheidsbril of een regel in het handboek is meestal niet genoeg. Rechters verwachten dat de werkgever ook toeziet op naleving en, waar mogelijk, het gevaar bij de bron aanpakt — bijvoorbeeld met een fysieke afscherming van de machine. Wil je verdiepen wat aangezichtsletsel juridisch en medisch inhoudt, lees dan onze pillar over aangezichtsletsel.
De ruime uitleg van de zorgplicht
Rechters leggen de zorgplicht van artikel 7:658 BW ruim uit. Het is geen risicoaansprakelijkheid — je werkgever hoeft niet voor élk ongeval op te draaien — maar de lat ligt hoog. Van een werkgever wordt verwacht dat hij:
- gevaren op de werkvloer actief inventariseert, onder meer via de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie;
- concrete maatregelen treft: afgeschermde machines, veilige opslag boven werkplekken en geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een gelaatsscherm;
- duidelijke instructies geeft én erop toeziet dat die worden nageleefd — alleen instrueren is niet genoeg;
- rekening houdt met het ervaringsfeit dat werknemers niet altijd alle voorzichtigheid in acht nemen.
Juist dat laatste maakt de uitleg ruim: de werkgever moet voorzien dat mensen fouten maken en de werkplek daarop inrichten. Voor een beeld van hoe rechters zulke zaken beoordelen, kun je terecht in de uitspraken op rechtspraak.nl.
Welke gevolgen heeft aangezichtsletsel?
Letsel aan het gezicht is meer dan een wond die geneest. Het zit op de meest zichtbare plek van je lichaam en raakt vaak functies die je de hele dag gebruikt. Veelvoorkomende gevolgen zijn:
- littekens en ontsierende verkleuringen, met blijvende impact op je uiterlijk en zelfvertrouwen;
- botbreuken in het aangezicht, zoals een neus-, jukbeen-, oogkas- of kaakfractuur;
- gebitsschade en verlies van tanden of kiezen, met vaak langdurige tandheelkundige behandeling;
- oogletsel met verminderd of verloren zicht;
- zenuwschade met gevoelloosheid of verlamming, en klachten bij kauwen, spreken of ruiken;
- psychische gevolgen, zoals schaamte, angst of posttraumatische klachten.
Deze gevolgen bepalen mede de omvang van je schade. Bij blijvend en zichtbaar letsel is de impact groot, en dat vertaalt zich in een hogere vergoeding — zeker voor het smartengeld. Aangezichtsletsel is een van de aandoeningen die je terugvindt onder de letselsoorten die wij behandelen.
Welke schade kun je vergoed krijgen?
Is de aansprakelijkheid eenmaal rond, dan heb je recht op vergoeding van je volledige schade. Daaronder vallen onder meer:
- medische kosten, tandartskosten, revalidatie en eventuele reconstructieve of correctieve ingrepen;
- verlies van inkomen en verlies aan verdienvermogen als je niet volledig kunt terugkeren naar je werk;
- kosten voor huishoudelijke hulp, aanpassingen en reiskosten van en naar behandelingen;
- smartengeld voor het leed, de pijn en de blijvende ontsiering die je is aangedaan (artikel 6:106 BW).
Bij een zichtbaar litteken in het gezicht weegt de ontsiering zwaar mee in de hoogte van het smartengeld. Een letselschade-expert onderbouwt dat met medische informatie en met vergelijkbare zaken, zodat je vergoeding recht doet aan de werkelijke impact. Voor een richtlijn over een zorgvuldige afhandeling kun je terecht bij De Letselschade Raad.
Wat moet je doen om je werkgever aansprakelijk te stellen?
Een sterke zaak begint bij een goed dossier. Deze stappen helpen je op weg:
- Meld het ongeval direct bij je werkgever en laat het opnemen in een ongevallenregister of incidentmelding.
- Ga naar een arts en zorg dat je aangezichtsletsel medisch wordt vastgelegd; foto’s van de verwondingen en van de littekens tijdens de genezing zijn later belangrijk bewijs.
- Verzamel bewijs: foto’s van de situatie en de betrokken machine, namen van getuigen, en eerdere meldingen over hetzelfde gevaar of over ontbrekende beschermingsmiddelen.
- Stel je werkgever schriftelijk aansprakelijk. Bij ernstig letsel is de werkgever bovendien verplicht melding te maken bij de Nederlandse Arbeidsinspectie; een inspectierapport kan je zaak versterken.
- Schakel een letselschade-expert in die de zorgplichtschending onderbouwt, je schade berekent en namens jou met de verzekeraar onderhandelt.
Houd er rekening mee dat de bewijslast in jouw voordeel is verdeeld: jij hoeft alleen aannemelijk te maken dát je tijdens het werk letsel hebt opgelopen. Daarna is het aan je werkgever om te bewijzen dat hij zijn zorgplicht volledig is nagekomen. Dat is precies waarom professionele begeleiding loont — een ervaren letselschadebedrijf weet waar de werkgever en zijn verzekeraar op zullen sturen. Meer over de aansprakelijkheid bij werkletsel lees je op de hub over het bedrijfsongeval.
Uitzendkracht, inleenkracht of zzp’er?
Werk je niet rechtstreeks in dienst, maar via een uitzendbureau, als gedetacheerde of als ingeleende kracht? Dan ben je niet minder beschermd. Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt dat ook de partij die jou laat werken — het bedrijf waar je feitelijk de klus doet — dezelfde zorgplicht heeft als een gewone werkgever. De inlener is dus naast of in plaats van het uitzendbureau aansprakelijk voor aangezichtsletsel door een bedrijfsongeval.
Deze regel voorkomt dat je tussen wal en schip valt doordat je formele en je feitelijke werkgever niet dezelfde zijn. In veel gevallen geldt de bescherming ook voor zzp’ers die werk verrichten dat in het verlengde ligt van het bedrijf van de opdrachtgever. Twijfel je wie jouw aansprakelijke partij is? Laat het beoordelen — vaak zijn er meerdere partijen aan te spreken. Wil je eerst een overzicht van al onze onderwerpen, kijk dan op de homepage van Nederland Letselschade.
Eerlijke aanbeveling
Schakel bij aangezichtsletsel na een bedrijfsongeval zo vroeg mogelijk een specialist in. De werkgever heeft meteen een verzekeraar aan zijn kant, bewijs op de werkvloer verdwijnt snel, en juist bij zichtbaar letsel loont het om de schade zorgvuldig te laten vastleggen. Heb je alleen een oppervlakkige schaafwond die volledig geneest, zonder blijvend letsel, en regelt je werkgever alles netjes? Dan heb je niet altijd een letselschade advocaat nodig. Maar zodra er sprake is van littekens, gebits- of oogletsel, gemist inkomen of discussie over de aansprakelijkheid, is professionele hulp bijna altijd verstandig — zeker omdat die je in een verhaalbare zaak niets kost.
Wil je weten waar jij staat? Plan een gratis adviesgesprek of vraag direct een gratis intake aan. Onze letselschadejurist beoordeelt je zaak kosteloos en claimt je maximale schadevergoeding.
Veelgestelde vragen
In de regel wel. Op grond van de zorgplicht in artikel 7:658 BW is je werkgever aansprakelijk voor letsel dat je tijdens het werk oploopt, tenzij hij bewijst dat hij zijn zorgplicht volledig is nagekomen. Die bewijslast ligt grotendeels bij de werkgever, dus je positie is sterk.
Dan wijst dat vaak juist op een zorgplichtschending. De werkgever moet geschikte gezichtsbescherming ter beschikking stellen én toezien op het gebruik ervan. Doet hij dat niet, dan schiet hij tekort in zijn zorgplicht van artikel 7:658 BW en is hij aansprakelijk voor je aangezichtsletsel.
Dat hangt af van de omvang, de zichtbaarheid en de blijvende impact van het litteken. Bij zichtbaar en blijvend aangezichtsletsel valt het smartengeld (artikel 6:106 BW) doorgaans hoger uit dan bij bedekt letsel. Een letselschade-expert onderbouwt de hoogte met medische informatie en vergelijkbare zaken.
Ja. Op grond van artikel 7:658 lid 4 BW heeft ook het bedrijf waar je via een uitzendbureau of detachering feitelijk werkt dezelfde zorgplicht. De inlener kan dus aansprakelijk zijn voor je aangezichtsletsel, naast of in plaats van het uitzendbureau.
Je kunt alle schade claimen: medische en tandartskosten, revalidatie en correctieve ingrepen, verlies van inkomen en verdienvermogen, huishoudelijke hulp, reiskosten en smartengeld voor het leed en de ontsiering (artikel 6:106 BW).
Nee. Je hoeft alleen aannemelijk te maken dat je tijdens het werk letsel hebt opgelopen. Daarna is het aan je werkgever om te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Dat maakt je positie bij een bedrijfsongeval relatief sterk.
In een verhaalbare zaak betaalt de aansprakelijke partij ook je redelijke kosten voor rechtsbijstand (artikel 6:96 lid 2 BW). Je betaalt dan niets; wij werken 100% betaald door de verzekeraar.
Letsel opgelopen door een ander?
Vraag een gratis intake aan. Wij beoordelen je zaak kosteloos en claimen je maximale schadevergoeding.
Gratis intake aanvragen